Ochtendmisselijkheid? Noem het maar 24/7 misselijkheid

Welgeteld twee weken zat ik op de befaamde roze wolk. Ik voelde me fantastisch, genoot van het feit dat de pixelbaby nog even ons ‘geheim’ was en sloeg druk aan het Pinteresten voor de babykamer, kleertjes en andere mooie spulletjes die ik graag wilde hebben (en die achteraf totaal overbodig bleken te zijn). Totdat ik, ergens tussen week 7 en week 8, na het ontbijt naar het toilet moest rennen en daar mijn hele ontbijt er weer uitkwam. Tot zo ver de roze wolk.

Ach ja, ik zal wel wat last hebben van ochtendmisselijkheid. Boy, was I wrong. Ik had namelijk geen last van ochtendmisselijkheid; was het maar zo’n feest. Ik had last van keiharde 24/7 zwangerschapsmisselijkheid, of met een duur woord Hyperemesis Gravidarum. Ik belandde al snel in bed, amper in staat om nog op mijn benen te staan. Eten lukte niet, zelfs water hield ik niet binnen. Ik woog al niet zoveel, maar doordat ik niets binnenhield viel ik snel af – op het dieptepunt woog ik nog maar 39kg. Na twee weken (die wel twee maanden leken) kwamen we samen met de verloskundige tot de conclusie dat dit zo niet langer kon. Bij de huisarts was helaas iets meer overtuigingskracht nodig voor ik medicatie voorgeschreven kreeg, maar uiteindelijk kreeg ik die (godzijdank) wel. Emesafene, in zetpilvorm. Ja echt, want anders hield ik het natuurlijk niet binnen.

Die zetpillen nam ik voor lief, want na een paar dagen was ik gelukkig al een heel stuk minder misselijk en kon ik weer wat eten en drinken. Ik voelde me weer een beetje mens. En maar goed ook, want als dat niet geholpen had, had ik waarschijnlijk opgenomen moeten worden in het ziekenhuis omdat niet alleen ikzelf, maar ook de baby te weinig water en voeding binnenkreeg. Eind goed, al goed, zou je zeggen. Maar helaas, ik had te vroeg gejuichd. Van de huisarts had ik precies genoeg medicatie voor één week gekregen, met de mededeling ‘daarna zal het wel niet meer zo erg zijn’. Je voelt ‘m al aankomen: toen die week voorbij was, begon de ellende weer van voor af aan. Ook nu was de huisarts opnieuw niet snel overtuigd om mij nog eens medicatie voor te schrijven met als gevolg dat ik doodleuk weer een week ziek in bed lag voor ik de medicatie ‘toch maar weer’ verlengd kreeg.

Buiten het feit dat ik me doodellendig voelde, was het ook nog eens een hele uitdaging om niemand over de zwangerschap te vertellen. We wilden het liefst wachten met het nieuws wereldkundig te maken totdat we de uitslag van de NIPT test na 12 weken hadden. Maar de mensen om ons kregen toch een beetje argwaan toen mijn ‘buikgriep’ na een paar weken nog niet over was, dus besloten we dat we het toch aan onze ouders, broers en zussen en aan mijn collega’s (aangezien ik natuurlijk al een hele tijd ziekgemeld was), te vertellen. Voor onze ouders maakte ik een fotoboek van onze bruiloft, met op de laatste pagina de eerste echofoto. De reactie was onbetaalbaar (en hebben we gelukkig gefilmd!). Ik vond het een hele opluchting om het nieuws in elk geval al met een aantal mensen te delen, want nu hoefde ik ook geen smoesjes meer te verzinnen als ik me niet goed voelde. Daarvoor heb ik me op sommige momenten echt enorm eenzaam gevoeld als ik thuis in m’n eentje in bed lag, manlief aan het werk was en ik met vrijwel niemand iets kon delen.

Gelukkig was er uiteindelijk toch licht aan het einde van de tunnel. Na 15 weken stopte ik opnieuw met de medicatie en wonder boven wonder werd ik niet meteen weer ziek. Ik kan niet beschrijven wat dat voor een gigantische opluchting was. Ik was inmiddels ook weer wat aangekomen, met ons kleintje ging het goed en het tweede trimester was in zicht. Laat die roze wolk maar (terug) komen!

Of mijn tweede trimester ook echt zo rooskleurig was, lees je binnenkort in mijn volgende blog.